Wie moet betalen bij schijnzelfstandigheid?
Bij schijnzelfstandigheid draagt in de meeste gevallen primair de opdrachtgever de financiële gevolgen. De Belastingdienst beschouwt de opdrachtgever als werkgever en kan naheffingen voor loonbelasting en premies voor de werknemersverzekeringen opleggen. Maar ook de zzp’er zelf kan gevolgen ondervinden, zoals het verlies van ondernemersfaciliteiten. Hieronder lees je wanneer er sprake is van schijnzelfstandigheid, wie wat betaalt en hoe je jezelf als zelfstandige kunt beschermen.
Wat is schijnzelfstandigheid en wanneer is er sprake van?
Van schijnzelfstandigheid is sprake wanneer iemand formeel als zzp’er werkt, maar in de praktijk voldoet aan de kenmerken van een arbeidsrelatie in loondienst. De juridische vorm klopt dan niet met de feitelijke werkwijze, en dat is precies waar de Belastingdienst en rechters naar kijken.
De beoordeling draait om drie kerncriteria: persoonlijke arbeid (verricht jij het werk zelf, of kun je je laten vervangen?), loon (ontvang je een vaste vergoeding voor je werk?) en gezag (geeft de opdrachtgever aanwijzingen over hoe, waar en wanneer je werkt?). Als aan alle drie de criteria wordt voldaan, is er in principe sprake van een arbeidsovereenkomst, ongeacht hoe de samenwerking op papier is vastgelegd.
In de praktijk is de grens vaak vaag. Een consultant die jarenlang bij één opdrachtgever werkt, vaste werktijden aanhoudt en dagelijks aansturing ontvangt, kan al snel als schijnzelfstandige worden aangemerkt. Zelfs als er een zzp-contract ligt. De feitelijke situatie weegt zwaarder dan de contractvorm.
Wie is verantwoordelijk voor de financiële gevolgen van schijnzelfstandigheid?
De opdrachtgever is in de meeste gevallen primair verantwoordelijk voor de financiële gevolgen van schijnzelfstandigheid. Omdat de Belastingdienst de opdrachtgever als werkgever aanmerkt, ligt de plicht tot afdracht van loonheffingen en premies voor de werknemersverzekeringen bij hem. Naheffingen kunnen met terugwerkende kracht worden opgelegd.
Toch loopt ook de zzp’er zelf risico. Als blijkt dat de zelfstandige wist of had kunnen weten dat de situatie niet klopte, kan de Belastingdienst een deel van de naheffing op hem verhalen. Daarnaast verliest de zzp’er mogelijk het recht op fiscale voordelen, zoals de zelfstandigenaftrek.
Of en in welke mate de zzp’er financieel aansprakelijk is, hangt af van de specifieke omstandigheden. Waren er aanwijzingen dat de samenwerking meer weg had van loondienst? Heeft de zzp’er actief meegewerkt aan een constructie die de arbeidsrelatie verdoezelde? Die vragen spelen een rol bij de verdeling van de verantwoordelijkheid.
Wat zijn de concrete gevolgen voor de opdrachtgever bij schijnzelfstandigheid?
Voor opdrachtgevers kunnen de gevolgen van schijnzelfstandigheid aanzienlijk zijn. De Belastingdienst kan naheffingen loonheffingen opleggen over de vergoedingen die aan de zzp’er zijn betaald, soms over meerdere jaren terug. Daarbij kunnen ook boetes worden opgelegd als er sprake is van opzet of grove nalatigheid.
Naast de fiscale gevolgen zijn er ook arbeidsrechtelijke risico’s. De zzp’er kan achteraf aanspraak maken op rechten die bij een dienstverband horen, zoals loondoorbetaling bij ziekte, ontslagbescherming en vakantiegeld. Dat kan leiden tot kostbare juridische procedures.
Verder kan de opdrachtgever het recht op btw-aftrek verliezen over de facturen die de zzp’er heeft gestuurd, als de samenwerking als dienstbetrekking wordt gekwalificeerd. Ook het reputatierisico is reëel: opdrachtgevers die structureel schijnzelfstandigen inhuren, lopen het risico negatief in de publiciteit te komen. Sinds de Belastingdienst in 2025 weer actief handhaaft, is dit risico concreter dan ooit.
Wat zijn de gevolgen van schijnzelfstandigheid voor de zzp’er zelf?
Voor de zzp’er zelf heeft schijnzelfstandigheid een dubbel gezicht. Aan de ene kant kan het verlies van fiscale voordelen flink pijn doen. Denk aan het wegvallen van de zelfstandigenaftrek en de MKB-winstvrijstelling, maar ook aan terugvordering van toeslagen als de inkomensberekening wijzigt door de herkwalificatie van de arbeidsrelatie.
Aan de andere kant kan de zzp’er bij schijnzelfstandigheid ook rechten opeisen die normaal bij loondienst horen. Denk aan loondoorbetaling bij ziekte, ontslagbescherming en de opbouw van pensioenrechten. Sommige zelfstandigen maken hier bewust gebruik van door achteraf een arbeidsovereenkomst te claimen.
Maar het is geen aantrekkelijk scenario. De onzekerheid, de mogelijke belastingteruggaven en de verstoorde relatie met de opdrachtgever wegen zwaar. Bovendien blijf je als zzp’er, ook bij onduidelijkheid over je status, zelf verantwoordelijk voor je inkomensbescherming bij ziekte. Werknemersverzekeringen gelden pas als de arbeidsrelatie ook formeel als zodanig wordt erkend, en dat traject kan lang duren.
Hoe bescherm je jezelf als zzp’er tegen de risico’s van schijnzelfstandigheid?
Als zzp’er kun je concrete stappen zetten om schijnzelfstandigheid te voorkomen. Werk bij voorkeur met een goedgekeurde modelovereenkomst van de Belastingdienst, zorg voor meerdere opdrachtgevers en bewaar je zelfstandigheid in de uitvoering van je werk. Hoe duidelijker je ondernemerschap in de praktijk zichtbaar is, hoe sterker je positie.
Praktische aandachtspunten zijn onder andere:
- Werk voor meerdere opdrachtgevers tegelijk of afwisselend, zodat je niet economisch afhankelijk bent van één partij.
- Zorg dat je jezelf kunt laten vervangen en leg dit vast in je overeenkomst.
- Stuur facturen op basis van geleverd werk, niet op basis van gewerkte uren in een vaste structuur.
- Neem zelf beslissingen over hoe en wanneer je je werk uitvoert, zonder dagelijkse aansturing van de opdrachtgever.
- Gebruik een door de Belastingdienst goedgekeurde modelovereenkomst als basis voor nieuwe opdrachten.
Naast het voorkomen van schijnzelfstandigheid is het verstandig om je inkomen te beschermen, ongeacht hoe je arbeidsrelatie juridisch wordt beoordeeld. Want ook als er twijfel bestaat over je status, ben je als zelfstandige zelf verantwoordelijk voor wat er gebeurt als je ziek wordt. Met de zelfstandigentoets voorkom je schijnzelfstandigheid en breng je snel in kaart waar je staat. Een AOV biedt dan een concreet vangnet. Bij SharePeople ontvang je bij arbeidsongeschiktheid een netto-uitkering van € 1.000 tot € 4.000 per maand, waarbij de uitbetaling start in de derde maand na de eerste ziektedag. De eerste twee maanden overbrug je zelf; daarna springt de dekking in.
Of je nu twijfelt over je status of juist zeker bent van je zelfstandigheid: inkomenszekerheid bij ziekte regel je zelf. Dat is misschien wel de meest praktische stap die je kunt zetten.
Goed om te weten
Deze informatie is algemeen en bedoeld om inzicht te geven. Wat in jouw situatie passend is, hangt af van persoonlijke omstandigheden. Dit is geen persoonlijk financieel advies.





